IP-addressen binnen een jaar op

Door de trage overgang naar IPv6 zal het internet binnen een jaar geen ip-adressen meer over hebben. Dat komt door een explosie aan apparaten die allemaal een eigen ip-adres nodig hebben.

Dit stelt John Curran, topman van de American Registry for Internet Numbers (ARIN), tegen ReadWriteWeb. Hiermee staaft hij eerdere uitspraken van Google's internetevangelist Vint Cerf, die hetzelfde stelde. Ook anderen waarschuwden hier eerder voor.

Curran wijt het snelle opraken van de ip-adressen aan een grote toename van apparaten die ook een adres nodig hebben. Dit geldt eveneens voor kleine sensoren, rfid-chips en andere apparaten die horen bij het zogenoemde Internet der Dingen. Ook het stijgende aantal mobiele apparaten dat contact maakt met het internet versnelt het opraken van ip-adressen.

Langzame transitie

Het probleem zit vooral in het gebruik van IPv4. Elk IPv4-adres bestaat uit een nummer van maximaal 32 bit, wat neerkomt op iets meer dan 4 miljard unieke adressen. De volgende generatie, IPv6, maakt gebruik van 128 bit adressen, wat een veel groter aantal unieke adressen mogelijk maakt. In principe zou dit genoeg moeten zijn om elk persoon op aarde 4 miljard ip-adressen te geven.

Volgens Curran zijn er op dit moment 6 procent van de iPv4-adressen nog onbezet. Hij verwacht dat die binnen een jaar ook geclaimd zijn. Curran zegt dat het de taak is van de internetproviders om problemen te voorkomen. Ook grote contentproviders zoals Facebook en Google moeten zorgen dat de transitie van IPv4 naar IPv6 goed verloopt. Deze transitie komt geleidelijk op gang, maar de uitvoering gaat te langzaam, zegt Curran. Facebook en Google hebben al laten weten bezig te zijn met de omschakeling naar gebruik van IPv6-adressen.

Kritiek

Volgens critici valt het allemaal wel mee met het opraken van de IPv4-adressen. Het probleem wordt vergeleken met de milenniumbug, ook toen werd er gewaarschuwd voor grote problemen, uiteindelijk bleek er helemaal niets aan de hand te zijn. Anderen zien een oplossing in Network Adress Translation (NAT). Via deze techniek worden verschillende ip-adressen gebundeld, zodat er minder unieke adressen nodig zijn. Google noemde deze optie in 2008 te gecompliceerd.

Apple, Microsoft pochen met HTML5

De strijd om HTML5 specificaties en wie die het beste ondersteunt is in volle gang. Zowel Safari als Internet Explorer 9 zijn 'lichtende voorbeelden' op dit gebied. Concurrenten zijn boos.

Zowel Apple als Microsoft zetten de propagandamachine een tandje hoger om te laten zien dat beide bedrijven ‘vooruitstrevende voorvechters’ van open webstandaarden zijn. Zo heeft het Internet Explorer 9-team van Microsoft maar liefst 192 tests ontwikkeld voor allerhande HTML5, CSS3, SVG en DOM specificaties.

IE9 beste

Microsoft laat niet onvermeld dat de Platform Preview van IE9 als beste van alle browsers uit de tests komt. Bij de HTML5 tests scoort IE9 als enige een 100 procentscore.

Die ronkende uitslag wordt her en der neergesabeld als pure propaganda. Microsoft heeft ten eerste zelf de tests ontwikkeld en ten tweede gaan de tests over een beperkt deel van de specificaties. Met een ander uitgangspunt komt IE9 in een op het oog vergelijkbare HTML5-test plotseling als slechtste uit de bus. Dit komt onder meer doordat IE9 Canvas niet ondersteund, maar alleen SVG.

En in een bredere HTML5 test van de Nederlandse developer Niels Leenheer bungelt IE9 ook onderaan, naast IE8.

Open maar exclusief

Ook Apple weet röring te maken met een gelikte HTML5 ‘showcase’, een demonstratie van 'de kracht van open standaarden'. De demo is echter alleen te zien in Apple’s eigen browser, Safari. Maar, stelt Apple gerust: “Binnenkort zullen ook andere moderne browsers kunnen profiteren van deze webstandaarden, en de fantastische mogelijkheden ervan voor webdesigners.”

De actie is de concurrentie in het verkeerde keelgat geschoten. “De meeste van die demo’s hebben niks met HTML5 te maken. Het ziet er naar uit dat alleen de audio en video tag zijn gebruikt. En Apple gebruikt browser sniffing om andere browsers te weren”, blogt Haavard Moen van Opera boos.

Ook Mike Shaver van Mozilla hekelt de actie: “Heb moeite om mijn minachting voor Apple’s arrogante en belachelijke HTML5 standpunt te onderdrukken”, tweet Shaver. Haavard Moen concludeert: “Browsermakers zouden ontwikkelende standaarden niet voor zichzelf in gijzeling moeten nemen.”

Stammenstrijd

Maar dat is precies wat momenteel gebeurt. De ophef over de nieuwste acties van Microsoft als Apple typeert de felle stammenstrijd die woedt om de specificaties van HTML5. Zolang die nog niet definitief zijn vastgesteld door webconsortium W3C, wordt er zwaar gelobbyd over deze veelbelovende webstandaarden.

Zo is er momenteel ook controverse over welke videocodec het beste kan worden gebruikt voor weergave met de HTML5 video tag. Apple en Microsoft gaan voor h.264, een moderne en veel gebruikte codec, waarvoor echter royalties moeten worden betaald aan MPEG LA, een groep van patenthouders. Mozilla en Opera kozen om die reden voor Ogg Theora, een open source videocodec die wel van mindere kwaliteit is.

H.264, Theora of VP8

Sinds kort ligt die strijd helemaal open met de introductie van WebM, een nieuwe open videostandaard gebaseerd op de VP8 codec die Google open source heeft gemaakt. Mozilla en Opera zijn meteen met WebM aan de slag gegaan. Microsoft heeft aangegeven VP8 passief te zullen ondersteunen in IE9, de gebruiker dient wel zelf de codec te downloaden. Apple heeft zich nog niet uitgelaten over WebM.

Een ander voorbeeld is de mogelijkheid van offline functionaliteit van browser applicaties door toegang tot lokale databases. Hier tekent zich een schisma af tussen Web SQL en IndexedDB, al lijkt die laatste de overhand te krijgen.

Geen Firefox op Windows Mobile en Phone 7

Mozilla stopt met de ontwikkeling van Firefox voor Windows Mobile. Microsoft staat 'native' apps namelijk niet toe op Windows Phone 7.

De open source-stichting werkt al geruime tijd aan een uitvoering van zijn mobiele browser (codenaam Fennec) voor het smartphonebesturingssysteem van Microsoft. De toekomst van dat Windows Mobile en apps daarvoor is echter beperkt. Microsoft heeft namelijk besloten een breuk te maken met de volgende versie van zijn telefoonplatform. Dat Windows Phone 7 is niet compatibel met Windows Mobile.

Silverlight of XNA

Dat betekent ook het einde van de ontwikkeling van Firefox Mobile voor Microsofts smartphoneplatform. Phone 7 staat geen 'native' apps toe. Alle programma's moeten ontwikkeld worden in Microsofts multimediatechnologie Silverlight of in Xbox-gametechnologie XNA.

Mozilla ziet op dat platform dus geen toekomst voor de eigen webbrowser. Dit meldt ontwikkelaar Stuart Parmenter, die technisch hoofd is van het mobiele ontwikkelteam bij Mozilla. Hij blogt dat de ontwikkeling van Firefox voor Windows Mobile goed op weg was. Het werk dat is verricht op de onderliggende Windows CE 6-kern heeft Mozilla volgens Parmenter een goede positie gegeven om een fantastische browser te hebben voor Windows Phone 7.

Hoge verwachtingen

"We hebben al geruime tijd gewerkt aan een versie van Firefox voor Windows Mobile, met de verwachting dat Microsoft zijn inzet op de mobiele markt zou verdubbelen, en met de hoop dat het bedrijf een fantastisch nieuw mobiel besturingssysteem zou uitbrengen. We hebben de Windows Phone 7-aankondigingen op de voet gevolgd gedurende de afgelopen weken." Een van de Firefox Mobile-ontwikkelaars was vorige week ook aanwezig op de MIX-conferentie van Microsoft.

Het besluit van Mozilla is genomen ondanks het feit dat Windows Mobile niet meteen exit is zodra Phone 7 eind dit jaar uitkomt. Sterker nog: berichten doen de ronde van een Windows Phone 6 Starter Edition die een hernoemde Mobile 6.5 zou zijn. Parmenter blogt nog dat de opgedane kennis, ervaring en softwarecode niet verloren gaat, maar bruikbaar is voor Firefox voor andere platformen.

Android dus eerder

Windows Mobile stond als eerstvolgende platform op de planning van Mozilla. Daarna volgt Googles smartphonebesturingssysteem Android, waarvan begin deze maand foto's naar buiten zijn gekomen. Het iPhone OS van Apple en het Blackberry OS van RIM staan geheel niet op de planning van Mozilla en Nokia's Symbian is eerder al afgevallen. Fennec draait nu alleen op Maemo van Nokia, en straks op Android van Google.

Google bouwt app store voor bedrijven

Google werkt aan een app store voor zakelijke applicaties die aanhaken op de webdiensten van Google Apps. Deze winkel voor reguliere software gaat in maart open.

De aangeboden applicaties zijn ontwikkeld door derde partijen en bieden aanvullende functies. Dat omvat verbeterde security, of importeermogelijkheden voor mail- en agendasoftware. Een voorbeeld is de migratietool voor Microsoft Sharepoint naar Google Sites, die is ontwikkeld door een Google Apps Enterprise Partner.

Online aanschaffen
De Amerikaanse krant The Wall Street Journal meldt nu dat Google die externe applicaties op één plek in een overzicht biedt, met meteen ook aanschafmogelijkheden. Die app store zou dan een forse verbouwing zijn van de relatief onbekende Solutions Marketplace die Google al biedt.

Die site bevat nu omschrijvingen en recensies, maar linkt voor aanschaf door naar de sites van de softwaremakers zelf. Daar is de geboden programmatuur meestal wel online aan te schaffen. Betalingen innen via de Marketplace is nu optioneel, met een zelf aan te maken bestelknop die dan aanhaakt op Googles eigen betaalsysteem Checkout. Volgens de bronnen van The Wall Street Journal krijgt de aankomende app store directe aanschafmogelijkheden.

Dit moet niet alleen het gebruik van Googles online-diensten aanmoedigen. De internetreus strijkt namelijk ook een deel van de omzet op van de aangeschafte applicaties. Dit in navolging van bijvoorbeeld Apple in diens iTunes App Store, en Salesforce.com met diens AppExchange. Google onthoudt zich van specifiek commentaar op dit nieuws. De Journal meldt nog dat het bedrijf aangeeft "altijd werkt met partners te werken om meer oplossingen te bieden aan bedrijven."

Software plus services
Microsoft zegt dat Google met deze stap het voorbeeld van de Windows-producent volgt. Die stelt al sinds 2007 dat niet software as a service (SaaS), maar 'software plus services' de toekomst is. De "software+services" strategie van Microsoft moet reguliere applicaties, zoals Office maar ook Exchange, koppelen aan online-diensten, zoals Office Web Apps en hosted Exchange.

Google gelooft echter wel in SaaS en wil zoveel mogelijk computerfuncties in de cloud bieden en daarbij ook functies overhevelen. Ceo Eric Schmidt heeft in 2007 nog gesteld dat 90 procent van alle pc-activiteiten in de browser zijn te doen. Microsoft-directeur Tim O'Brien vertelt ict-nieuwssite The Register dat diverse Google-managers en -ingenieurs nu zeggen dat de weg voorwaarts het koppelen van cloud-diensten aan lokale applicaties is.